lundi 3 août 2015

De Elberadweg van Radebeul tot Riesa

Vanuit Radebeul vertrokken wij onder een gietende regen naar Meissen, langs de Weinroute, het Schloss Wackerbarth voorbij en een aantal kilometers tussen de wijngaarden. Die wijnroute loopt min of meer parallel met de Elbaradweg: wie die druivenvelden beu is kan de elberadweg vervoegen door naar beneden te rijden.
Van Radebeul naar Meissen is maar een kleine etappe, om de benen wat los te maken.
Vijf kilometer voor Meissen passeren we het wijndorpje Sörnewitz met een botanische tuin op de flanken van de Boselspitze, de hoogste top van het Spaargebirge. Stel ja daarbij niet te veel voor: die hoogste top is 183 meter. Onze Kemmelberg is er 154. Het ‘gebergte zelf is maar een molshoop met wel een paar mooie wijngaarden op de zuidflanken.
In Meissen huist het Winzergenossenschaft.
De coöperatieve telt 1.500 hobbywijnboeren die hun oogst in Meißen aan de Kellermeisterin Natalie Weich toevertrouwen.

Meissen: een porceleinfabriek en een porceleinkerk

In Meissen bezochten wij de porseleinfabriek. In 1903 ontworp onze HENRY VAN DE VELDE zijn  Meißener PEITSCHENHIEB Service in twee versies: kobaltblauw en mat goud. PEITSCHENHIEB = zweepslag. De coup de fouet van de Art Nouveau. Die kun je vandaag nog vinden voor 20.000 euro. Die fabriek is iets unieks, maar de toerist heeft enkel toegang tot een reeks verkoopzalen die de toeristen met bussen tegelijk opwachten. Een supercommerciële aangelegenheid en voor mij niet direct een aanrader.
Maar wie porselein wil zien raad ik een bezoek aan het Nikolaikirche aan, vlakbij de fabriek. Die kerk wordt terecht ook de porceleinkerk genoemd. Na de eerste Wereldoorlog heeft de artistiek directeur van de Staatsporseleinfabriek die omgebouwd tot een uniek gedenkteken voor de slachtoffers van de oorlog, met grote beelden uit Meissenporselein (2m30!) en ook porseleinen bordjes met de namen van 1.800 gesneuvelde soldaten van de stad. In 1950 werden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog toegevoegd, met ook de mensen uit concentratiekampen die in het stadje overleden zijn. Sinds de jaren 1990 probeert de parochie tot dusverre naamloze slachtoffers op te nemen in een boek van herinnering. De polyptiek achter het altaar van de hand van de kunstenaar Klaus Urbach herdenkt alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. De pastor van het kerkje Bernd Oehler is ook voorzitter van "Buntes Meißen", wat voor mij een referentie is. In het kerkje hebben ook geregeld antifascistische herdenkingen plaats.

Gierveren en laagwater

Op een terrasje op de markt van Meissen praatten wij met een Australisch koppel die op cruise waren op de Elbe. Maar hun boot lag al dagen aan wal in Maagdenburg omdat het waterpeil van de Elbe ondanks de geringe diepgang van die cruiseschepen – 35 centimeter – te laag was. Men vreesde zelf dat de gierveren die om de tien kilometer de overtocht mogelijk maken niet verder zouden kunnen functioneren. Maar dit gevaar was na de overvloedige regen van s’morgens iets geweken. Er zijn in de bovenloop van de Elbe een aantal stuwdammen, maar die worden – na de stroomproductie - vooral ingezet voor het waterbeheer in geval van overstromingsgevaar, maar bijna nooit om laag water te compenseren.
Die gierfähre zijn een verhaal apart. Het octrooi is in april 1600 door de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlandse Provinciën toegekend aan Pieter Gabriels Croon uit Zegwaard. De Nijmegenaar Heuck was de eerste die op basis van het principe van de gierpont een dagelijkse verbinding over een rivier verzorgde. Van 1657 tot 1928, dus meer dan 270 jaar, zorgde een gierpont bij Nijmegen voor de verbinding over de Waal. De Duitsers hebben dit principe nu overal toegepast op de Elbe. Zeer ecologisch, want de pont gebruikt enkel de energie van de stroom.  Een kleine zonnecel geeft stroom voor het transistorradio’tje van de veerman.
Hoe werkt nu zo’n gierpont? Aan weerszijden van de veerpont, aan de kant waar de stroom vandaan komt, zitten twee kabels die samengeknoopt zitten aan de ‘giertoom’ die een rij bootjes verbindt. Het bootje dat het verst weg is, is midden in de rivier aan de bodem verankerd. De bootsman kan door aan een wiel te draaien de verbindingskabel die het dichtst bij de overkant zit korter maken (en de andere langer) waardoor de pont scheef ten opzichte van de stroom komt te liggen. Het rivierwater moet om de pont heen. Door de stand ten opzichte van de stroomrichting moet een deel van het water afgebogen worden in een richting evenwijdig aan de pont. De pont oefent dus een kracht uit op het water.

Tussen Meissen en Riesa: het haus Elbe van Leopold III

Het Haus Elbe van Leopold en Liliane
Vanuit Meissen rijden wij naar Seuschlitz, een van de laatste Saksische wijndorpjes. Aan de overkant van de Elbe het kasteel van Neuhirschstein, waar Leopold III van juni 1944 tot maart 1945 werd ‘gegijzeld’. Het kasteel was voor dit doel al gereserveerd sinds oktober 1943. 150 krijgsgevangenen werden ingezet om het kasteel voor Leopold en zijn familie klaar te maken. Volgens Kiewitz, de Duitse verbindingsofficier bij Leopold III, zou de prinses van Rethy, geb. Liliane Baels, zich beklaagd hebben bij de Führer: “haar echtgenoot, de koning, voelt zich in Haus Elbe, dat in weerwil van het comfort en de keurige smaak van de binnenhuisinrichting toch een sombere indruk maakt, voor de uitgebreide huisgemeenschap niet toereikend is en in een eentonige landstreek staat, nu al uiterst ongelukkig. Zij vreest dat hij er spoedig zwaarmoedig zal worden, iets waartoe hij wegens zijn blijvend ongeluk in het leven zonder dat al geneigd is. In het bijzonder kwelt hem de in het oog vallende politiemaatregel die hij des te minder verdient als hij loyaal staat ten opzichte van de Führer en zijn eigen lot evenals dat van de zijnen vol vertrouwen in diens handen heeft gelegd”.
Om de Elbe “een eentonige landstreek” te noemen moet je Liliane Baels heten! De Leopoldist R. Delmarcelle beweert in ‘La captivité de la familie royale’, verschenen in 1950, dat de prinsen voor hun spelen slechts over een „petit enclos" beschikten. Volgens J. Pirenne, die het waarschijnlijk van de koning zelf vernam, was Haus Elbe door een park van 3 ha omgeven. Van een ‘petit enclos’ gesproken…
 In Hirschstein waren ze met achttien: koning Leopold, prinses Liliane, de vier kinderen, het gevolg van de koning (du Pare, Weemaes en Gierst) en negen leden huispersoneel. Met drie hectaren moet het mogelijk zijn mekaar niet voor de voeten te lopen.
De ‘in het oog vallende politiemaatregel’ zou volgens Baels slaan op een bewaking door de SS in plaats van door de Wehrmacht. Ook daar blijkt Baels uit een streek te komen waar overdrijven niet liegen is: volgens de vertrouweling van de koning Georg Furstenberg  bestond de bewaking uit tien oude SD mannen (Sicherheitsdienst). Nu, die SD was eigenlijk wel een afdeling van de SS en werd op het proces van Neurenberg naast de SS en de Gestapo als een criminele organisatie veroordeeld.  
Leopold III beweerde zelf dat hij 7 juni 1944 toen hij, op weg naar Duitsland, vernam dat zijn gezin hem mocht vergezellen, als krijgsgevangene geen bevoorrechte behandeling verlangde. Dit is wel in tegenspraak met de vraag voor een „waardiger onderkomen" in een villa te Strobl in Tyrool…
Kiewitz is de belangrijkste bron in dit verband en hoewel hij een fantast is blijven zijn getuigenissen interessant doordat hij zichzelf voorturend tegenspreekt. 
Kiewitz hadop bevel van Himmler de koning had overgebracht naar Hirschstein. Hij beweert dat hij zich bij Hitler beklaagde over de behandeling van het koninklijk huis in Hirschstein en prompt in een Sonderkommando voor de partizanenstrijd aan het Oostfront werd ingezet. In de boodschap van Kiewitz aan Hitler lezen we: “De Führer gelieve evenwel in aanmerking te nemen, dat hij zich hem als staatshoofd en generaal van het Belgisch leger vrijwillig op erewoord krijgsgevangen gemeld heeft. Daarom vraagt hij, de thans kennelijk tegen hem getroffen scherpe politionele voorzorgsmaatregelen ongedaan te maken en hem zoals vroeger een militaire bewaking evenals een officier van de Duitse Wehrmacht toe te staan. Hij veronderstelt dat zijn te allen tijde loyale houding ten opzichte van de Führer alsook de aanwezigheid van zijn gezin wel ieder vermoeden van een bedoeling tot vluchten uitsluiten. Zijn eigen bewegingsvrijheid evenals die van zijn verwanten zijn in de gegeven omstandigheden in Haus Elbe aanzienlijk ingekrompen. Hij hoopt daarom dat de Führer hem een andere verblijfplaats in het Rijksgebied, zo mogelijk in de Alpen, zal aanwijzen".
Kiewitz zou de Führer verzocht hebben om de koninklijke familie een „waardiger onderkomen" in een villa te Strobl in Tyrool te bezorgen. Een verbaasde Hitler reageerde met de vraag: waarom besloot Himmler voor Hirschstein en niet voor Strobl? Hij zou de kwestie nader met de Reichsführer-SS bespreken, beloofde hij. Intussen gaf hij Kiewitz opdracht naar de koning te Hirschstein terug te keren en (wij citeren letterlijk) „dites-lui que je regrette qu'il soit mécontent de Hirschstein".
Dit verhaal wordt bevestigd door Canaris die in 1945 als krijgsgevangene ondervraagd werd in een Brits Interrogation Center: in juni 1944 was Kiewitz Hitler te Berchtesgaden gaan opzoeken „pour lui dire qu'il (de koning) n'était pas heureux où il se trouvait et préférerait un château quelque part dans la montagne’. Hitler zou geantwoord hebben: ‘Pourquoi l'avez-vous amené à cet endroit ? Cela n'était pas nécessaire !’
Het is dus niet deze tussenkomst die Kiewitz in het Sonderkommando heeft gebracht. Hij werd verdacht van medeplichtigheid aan de mislukte staatsgreep van von Stauffenberg. Een paar maanden later kwam hij al vrij. Maar Himmler degradeerde Kiewitz die werd ingelijfd in de beruchte SS-strafeenheid Dirlewanger en ingezet aan het front ten oosten van Berlijn waar hij op 29 april, enkele dagen vóór het einde van de oorlog, zijn rechterarm en -schouder verloor. De Russen hielden hem tot 19 september gevangen. Als grootinvalide kwam hij in een Brits interneringskamp terecht. Begin december verbleef hij enkele dagen te Brussel voor verhoor als getuige. Na zijn invrijheidstelling werd hij als Opfer des Faschismus erkend. Kiewitz overleed in januari 1965.

Het Noedelcenter in Riesa

We laten dus het Elbehaus van Leopold waar het is, aan de overkant van de Elberadweg en wij komen weldra aan in Riesa. Daar deden wij nog een dosis Ostalgie op in het Noedelcetrum. Wie de noedelfabriek wil bezoeken kan best oversteken via het pontje juist voor de stad, en dan naar de linkeroever verderrijden tot in Gröba en juist voorbij de spoorweg naar boven rijden. Ik verwittig wel: je komt terecht in een industriezone. Op weg naar de noedelfabriek passeerden wij wat overblijft van Stahlwerk Riesa. In 1989 werkten daar nog 12.500 mensen. Bij de overnemer Feralpi blijven er zeshonderd over, voor 1.4 miljoen ton electrostaal.
In Riesa is het aantal inwoners gedaald van 50.000 tot 34.000. Deze bevolkingsvlucht is voor de hele DDR het geval.
Het Nudelmuseum is een succesverhaal voor Riesa.  
In de jaren 50 was de Teigwarenfabrik Riesa de grootste noedelfabrikant van de DDR met een jaarproductie van 12.000 Ton. Wat is het verschil tussen noedels en pasta? In  noedels zitten eieren.  In 1987 nog werd de productie met 50 % opgedreven. Maar na de Wende werd de fabriek door de  Konsumzentrale in september 1992 stilgelegd. Eigenaardig genoeg werden de Konsum-cooperatieven na de Wende als privaatondernemingen beschouwd en vielen dus niet onder de Treuhand, het organisme de de publieke ondernemingen moest privatiseren. Een aantal van die Konsum-cooperatieven bestaat nog en een aantal grootwarenhuizen dragen nog het merk Konsum. Het is dus een DDR coöperatieve die besluit de fabriek te sluiten.
Een paar maand later, begin 1993, diende een overnemer zich aan: de Wessie „ALB- GOLD Teigwaren “. Onder het motto „Volle Nudelkraft voraus“  nam het bedrijf een doorstart.  Vijf jaar later was Teigwaren Riesa GmbH Marktführer met een marktaandeel van 30% in de ‘nieuwe landen’en een behoorlijk marktaandeel in de rest van Duitsland.
Het bedrijf diversifieert zich met sausen, „Wok-Nudeln“ en „Kids-Pasta“. In 2003 opende dan het „Nudelcenter“ met zijn ‚Gläsernen Produktion‘: geen geheimen voor de bezoekers voor wie de fabriek een glazen huis wordt.
Het Nudelmuseum speelt in op de ostalgie en in het restaurant „Makkaroni“ kan men lekkere noedelschotels verkrijgen op elk uur van de dag. Verder is er een winkel Nudelkontor en worden noedelworkshops georganiseerd.
Teigwaren Riesa is ook de hoofdsponsor van BSG Stahl Riesa, de opvolger van de Betriebssportgemeinschaft uit de DDR-tijd. De ploeg speelt in de nieuwe Nudelarena in het  Merzdorfer Park. BSG Stahl speelde 16 jaar in de DDR-Oberliga. Nu is de ploeg in de  Sachsenliga. 
En als kers op de taart is er ook een Sächsische NUDELKÖNIGIN of Miss Noedel. Il faut le faire: une nouille is bijna een scheldwoord, en erin slagen om dat te associëren met een Miss. Dat is pas marketing! Vandaag stelt het bedrijf 150 mensen tewerk.
Onnodig te zeggen dat het noedelcenter een hoog ostalgiegehalte heeft.
Amazon  verkoopt Riesa Spirelli  als „++ DAS Ostprodukte Geschenk - DDR Traditionsprodukt und Ossi Kultprodukt - Geschenkidee für alle Ostalgiker aus Ostdeutschland vom Ostprodukte Experten“.  Amazon presenteert zich als DE „Geschenkespezialist & Spezialist für DDR-Produkte ++ Deutschlands Nummer 1 für Ostalgie ++ „. En de noedels zijn heus niet het enige
ostalgieproduct: Marktonderzoeksbureau GfK deed een marktonderzoek naar de 40 meest succesvolle merken uit het vroegere Oost Duitsland (nu vrijwel uitsluitend onder de West-Duitse leiding). Sinds 2007 heeft de helft zijn omzet in Duitsland vergroot zoals Bautz'ner, Hasseröder’, de melkproducten ‘Sachsenland’‚Wurzener’ (Knabberartikel). De verkoop van die merken in het Westen groeide met ongeveer 34 procent in 2007 tot circa 42 procent in 2014. In het oosten kromp het marktaandeel van 66,3 procent in 2007 tot 58,4 procent nu.
Verder zijn er voor ostalgiekers de Altenburger Senf, Geha Knödelmehl, WernerKartoffelpuffer, Rondo Kaffee, Bodeta Bonbons of Zetti Knusperflocken. De Halloren Schokoladenfabrik GmbH in Halle – de Kinder van Oost Duitsland - stelt 130 mensen te werk en draait een omzet van 30 miljoen Euro waarvan 20 % in het westen. 
Sektkellerei Rotkäppchen in Fryburg an der Unstrut heeft als einige nog een Ossie als directeur, maar die is minderheidsaandeelhouder.
Van de hype "Made in Oost-Duitsland" profiteert ook de "Nivea van het Oosten" Badusan, de Herbacin-Wuta huidverzorging. Het bedrijf Florena Cosmetic GmbH, 350 werkplaatsen, 63 miljoen euro omzet is sinds 2002 van Nivea. Maar Sachsen produceert vandaag 25 procent van de omzet van de niveaproducten, met o.a. 150 miljoen staaltjes.
In 1990 ging de helft van de Oost-Duitse brouwerijen op de schop door het feit dat zij niet aanwezig waren in de nieuwe grootwarenhuizen et of door
speculanten ‘Pleite’ gingen . Het beste DDR-Bier was de "Radeberger" die vandaag terug is van weg geweest. Daarna slaagden Wernesgrün, Bad Köstritz, Wernigerode en Lübz erin een deel van het terrein terug te winnen. Het moet wel gezegd dat de brouwerijen in Oost Duitsland geen voorkeursbehandeling kregen bij de toewijzing van de grondstoffen en niet altijd bier konden brouwen met gerst of tarwe.
Bij amazon kun je een geschenkpakket bestellen met bier “held van de arbeid”.
En bij je Radeberger bestel je natuurlijk een typische Spreewaldkomkommer. De Spreewälder Konserven Fabrik  draait vandaag terug op volle toeren.

Een bezoek aan het noedelcenter is dus een aanrader voor de Elbefietser. Een pastaschotel in het Makkaronirestaurant is ook goed meegenomen. In mijn volgende blog rijden wij over Torgau en Wittenberg tot Dessau. 
Ajouter une légende

Aucun commentaire: